De raamperiode (ook wel window- of vensterperiode) is de tijd tussen een besmetting en het moment waarop een test die besmetting betrouwbaar kan aantonen. In die periode is er te weinig bacterieel materiaal, virus of antistof aanwezig om te meten. Een negatieve uitslag binnen de raamperiode sluit een soa dus niet uit.

Hoe lang je moet wachten hangt af van de soa en van de testmethode. Bacteriële soa’s zoals chlamydia en gonorroe zijn met een gevoelige PCR (NAAT) al vrij snel aantoonbaar, terwijl bloedtesten op antistoffen — zoals bij syfilis, hiv en hepatitis — langer nodig hebben. Hieronder de richtlijnen per soa.

Chlamydia en gonorroe: vanaf ongeveer 2 weken

De NAAT (PCR) op urine of een swab is doorgaans betrouwbaar vanaf ongeveer twee weken na het risicocontact. Voor de zekerheid houdt de huisartsenrichtlijn (NHG) drie weken aan; test je eerder en is de uitslag negatief, dan wordt een herhaaltest geadviseerd. Denk bij orale of anale seks aan een keel- en anusswab, want een urinetest mist die infecties.

Syfilis: vanaf ongeveer 6 weken

Syfilis wordt aangetoond met een bloedtest (serologie), die meestal betrouwbaar is vanaf ongeveer zes weken na het risicocontact. In de heel vroege eerste fase kan de uitslag nog negatief zijn, dus bij twijfel volgt een herhaaltest na drie maanden. Is er al een verse zweer, dan kan een arts daaruit direct materiaal testen (PCR) — vaak nog vóór de bloedtest positief wordt.

Hiv: van 6 weken tot 3 maanden

Een moderne hiv-bloedtest van het lab (vierde generatie, die zowel antistoffen als het p24-antigeen meet) is betrouwbaar vanaf zes weken. Een negatieve uitslag na zes weken is dan geruststellend, maar voor 100% zekerheid houden veel richtlijnen drie maanden aan. Sneltesten en zelftesten op basis van alleen antistoffen (vingerprik) hebben een langere raamperiode van maximaal drie maanden.

Hepatitis B en C

Hepatitis B en C worden met een bloedtest opgespoord. Hepatitis B is meestal aantoonbaar vanaf ongeveer zes weken tot drie maanden; voor volledige zekerheid wordt soms een controle na zes maanden gedaan. Bij hepatitis C kan de raamperiode oplopen tot enkele maanden. Ben je niet gevaccineerd tegen hepatitis B en loop je risico, bespreek dan ook vaccinatie.

Heb je klachten? Wacht dan niet

De raamperiode geldt voor testen zónder klachten. Heb je wél klachten — afscheiding, pijn bij het plassen, een zweer, huiduitslag of koorts — laat je dan meteen onderzoeken, ook binnen de raamperiode. Bij klachten kan een arts vaak al gerichter testen (bijvoorbeeld een kweek of PCR van een zweer) en zo nodig alvast starten met behandeling.

Recent hiv-risico gelopen? Denk aan PEP binnen 72 uur

Is er een hoog risico op hiv geweest — bijvoorbeeld onbeschermde seks met iemand die hiv-positief en niet onder behandeling is — dan kun je met PEP (post-expositieprofylaxe) een infectie nog voorkomen. PEP moet zo snel mogelijk starten en uiterlijk binnen 72 uur na het risico. Bel daarvoor direct de GGD, de huisartsenpost of de spoedeisende hulp; wachten op een testuitslag is dan geen optie.

Te vroeg getest? Herhaal de test

Heb je binnen de raamperiode getest en was de uitslag negatief, terwijl er wel een risico was? Herhaal de test dan na de aanbevolen periode. En bedenk: een test zegt alleen iets over besmettingen van vóór de raamperiode. Is er ná je test opnieuw een risicocontact geweest, dan is een nieuwe test nodig. Twijfel je welke test en welke afnamelocaties bij jouw situatie passen, gebruik dan onze keuzehulp.

Lees ookDoe de keuzehulp →

Deze informatie is algemeen voorlichtend en met zorg samengesteld op basis van openbare bronnen, maar vervangt geen medisch advies. Raadpleeg bij klachten of twijfel altijd een arts.